Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
schelding
f
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
f100.000,-- per 5 september 1996 en 28 november 1996. Op grond van een uitspraak van de Hoge Raad in het kader van het rekeningenproject van 28 juni 2013 (ECLI:NL:HR:2013:63) zou men kunnen aannemen, dat mijn cliënt in de jaren na 1996 en in het jaar 1995 geen aangifte heeft gedaan van zijn op de rekening aangehouden vermogen.”.
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond;
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank; en
wijsthet verzoek om vergoeding van immateriële schade af.