Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 15 november 2016;
- de akte van SHZ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] .
6.De verdere beoordeling
1 juli 2006 aan de werknemer regulier heeft betaald de werkgever de ANW-toeslag over vakantiedagen betaalt tot uiterlijk 1 juli 2008.
NJ1990/499).
contra legemsituatie.
“Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.”, waarbij met dictum I de cao-tekst zelf is bedoeld.
Het zal uiteindelijk aan de individuele medewerker zijn om al dan niet akkoord te gaan met een dergelijk voorstel” (zie productie 1 bij conclusie van antwoord). Aan zowel [geïntimeerde 1] als [geïntimeerde 2] is een aanbod als bedoeld in het akkoord gedaan, bestaande uit een tekst van een vaststellingsovereenkomst en een begeleidende brief van SHZ (overgelegd als productie 3 bij de conclusie van antwoord). Daarin is een specifieke uitwerking gegeven van het akkoord voor de situatie van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] . [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben met juistheid opgemerkt dat zij aan deze specifieke uitwerking niet zijn gebonden. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zijn geen partij bij bedoeld akkoord. De omstandigheid dat zij lid zijn van de FNV, doet in dit geval niet ter zake omdat gesteld noch gebleken is dat de aangeboden vaststellingsovereenkomst gelijk is te stellen met een cao waaraan [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op grond van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst zijn gebonden.
Juridisch kader” van de memorie van grieven.