Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg (producties 1 tot en met 7), ingekomen ter griffie op 10 oktober 2018;
- het verweerschrift met producties 37 tot en met 39, waaronder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 5 juni 2018, ingekomen ter griffie op 14 november 2018;
- een brief van [appellant] met producties 8 tot en met 13, ingekomen ter griffie op 4 maart 2019;
- een brief van [verweerster] met producties 40 en 41, ingekomen ter griffie op 4 maart 2019;
- de ter zitting door beide partijen overgelegde pleitaantekeningen;
- de ter zitting door [appellant] overgelegde spreeknotitie.
3.De beoordeling
- dat er geen sprake is van een formele klacht tegen [appellant] in de zin van de Regeling Gezamenlijke Klachtencommissie Ongewenst gedrag, zodat deze commissie geen onderzoek naar de meldingen kan verrichten;
- dat daarom de ombudsman is gevraagd een onderzoek in te stellen;
- dat dit onderzoek nog niet is afgerond, zodat de schorsing gehandhaafd blijft.
- (verricht) een onafhankelijk en deskundig onderzoek naar de meldingen over voornoemd ongewenst gedrag.
- Is er sprake van ongewenst gedrag/grensoverschrijdend gedrag. Is, indien aan de orde, voor de studenten een sociaal veilig klimaat voldoende geborgd (geweest)?
- In hoeverre berusten al deze meldingen op aannemelijke gronden.
ernstigverwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro.