ECLI:NL:GHSHE:2020:642
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak inzake aanslagen riool- en afvalstoffenheffing en proceskostenvergoeding
Belanghebbende was het niet eens met aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing over 2017 en maakte bezwaar. Na afwijzing van het bezwaar en een afgewezen wrakingsverzoek, stelde hij beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Het Hof oordeelde dat stukken die de Heffingsambtenaar laat indiende buiten beschouwing moesten blijven vanwege schending van de procesorde. Het wrakingsverzoek was terecht afgewezen en er was geen reden tot terugwijzing naar de rechtbank. Het beroep op misbruik van recht door belanghebbende werd niet ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
Verder was er geen recht op dwangsom omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de Heffingsambtenaar in gebreke was gesteld. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar materieel was toegekomen. Vergoeding van proceskosten voor rechtsbijstand werd afgewezen omdat de verleende rechtsbijstand door de echtgenoot en diens B.V. niet als door een derde beroepsmatig verleend kon worden aangemerkt.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.