Uitspraak
5.Het verdere geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 13 oktober 2020;
- de bij H-16 formulier van 13 januari 2021 door [werknemer] toegezonden productie, die [werknemer] bij de (meervoudige) mondelinge behandeling na aanbrengen in het geding heeft gebracht;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen van 20 januari 2021;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
magazijnvloeraan het vereiste (hoge) veiligheidsniveau van artikel 7:658 lid 1 BW Pro voldeed en is daarmee haar zorgplicht nagekomen;
veiligheidsschoenenmet bijvoorbeeld een anti-slipprofiel te verstrekken. Niet is komen vast te staan dat [werkgever] haar zorgplicht op dit punt heeft geschonden;
overige verwijtendat [werknemer] niet dan wel onvoldoende is ingewerkt, dat er geen instructies zijn gegeven en dat het magazijn wanordelijk en onveilig was ingericht, geldt dat geen van die omstandigheden op welke manier dan ook een rol hebben gespeeld bij zijn val. Die omstandigheden rechtvaardigen dan ook niet de conclusie dat een intensiever inwerktraject of uitgebreidere instructies en eventuele andere te stellen eisen aan de inrichting van het magazijn de val van [werknemer] hadden kunnen voorkomen. Daarbij kan in het midden blijven of [werknemer] ten val is gekomen doordat hij is uitgegleden of doordat hij zijn enkel heeft omgezwikt;
subsidiaire grondslaggeen aansprakelijkheid voor
“waar ik gevallen ben heb ik geen olie aangetroffen, misschien dat het onder mijn schoenen zat”,en [werknemer] heeft pas ongeveer vier maanden na het ongeval voor het eerst gesproken over de mogelijke aanwezigheid van olie onder zijn schoenen.
“De vloer heb ik met eigen ogen bezichtigd en ik kan slechts opmerken dat deze er zeer netjes bij ligt. De vloer heeft een tamelijk ruw oppervlak. Men ziet een egale vloer zonder gaten. Op sommige plekken ziet men bepaalde verkleuringen in het beton. Dat doet echter totaal niets af aan de kwaliteit van de vloer, zo heb ik op meerdere plaatsen geconstateerd waar verkleuringen aanwezig zijn. Ook op de plaatsen met de verkleuringen is het oppervlak tamelijk ruw. (…) Met eigen ogen kan ik ook zien dat de verkleuringen in de vloer ook niet het gevolg zijn van olie.”
“De stroefheid op de meetplaatsen is zowel in droge als natte toestand ruim boven de aanbevolen waarde. De beproefde oppervlakte is dus 'voldoende veilig'.”