Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 31 augustus 2023;
- de brief van het hof van 19 september 2023 waarin het hof partijen oproept voor een zitting op 21 december 2023;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2023;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 22 november 2023;
- de brief van [werknemer] met producties 26-30, ingekomen ter griffie op 13 december 2023;
- de brief van [werkgever] met een verzoek om aanhouding van de zitting, ingekomen ter griffie op 20 december 2023;
- de brief van het hof van 20 december 2023 waarin het verzoek om aanhouding van de zitting is ingewilligd;
3.De beoordeling
Op advies van behandelaar medicatie verminderd. Hij ervaart dat de klachten toenemen: meer pijnklachten, de beperkingen nemen toe. Hij ligt de hele dagen op de bank en gaat daarna naar bed. 2x per week begeleidt sporten bij de fysio, 1x per 1-2 weken een avondje bij zijn vrienden darten en deels meedoen. Elke maand komt hij bij de huisarts, hij loopt nu bij een andere behandelaar. Hij staat op de wachtlijst voor een multi disciplinair traject; de verwachting is dat hij per mei 2023 daar kan starten. Hij gaat met de bedrijfsarts overleggen of hij eerder kan gaan starten met de behandeling. Hij heeft wel regelmatig telefonisch contact met de werkgever. Re-integratie spoor 2 traject is inmiddels gestart per 05-10-2022.
Werkgever heeft een deskundigenoordeel aangevraagd; UWV is tevreden over de inspanningen van de werkgever. Medewerker wil geen re-integratietraject spoor 2. Werkgever geeft aan dat zolang er benutbare mogelijkheden zijn, dat het traject gecontinueerd moet worden; uiteraard heeft medewerker de mogelijkheid om dit te toetsen bij het UWV middels de vraagstelling of het spoor 2 traject gecontinueerd moet worden. De werkgever zit nog wel met vraagstelling wat zij moeten doen in deze situatie, ze willen de medewerker niet pushen maar ze willen wel voldoen aan de eisen van de wet verbetering poortwachter."
Bij de vergelijking van de door de bedrijfsarts opgestelde belastbaarheid van werknemer en de belasting in de eigen functie, kom ik na onderzoek tot de volgende conclusie:
Specifieke voorwaarden voor het persoonlijk functioneren in arbeid: toelichting:
22-02-2023[mail van de re-integratiebegeleider aan [werkgever] ( [vertegenwoordiger werkgever] )]
of het door de heer [werknemer] geschetste ziektebeeld
(…)
2.1.1 Bevindingen uit observaties
(…) Uit deze observaties is gebleken dat de door u in het kader van uw ziekteperiode meermaals gestelde forse klachten en (fysieke) beperkingen, waaronder - doch niet uitsluitend - het niet dan wel beperkt kunnen 'zitten', 'tillen’, ‘grijpen' en al dan niet met voorwerpen 'reiken boven uw hoofd', in het geheel niet overeenkomen met hetgeen tijdens de door [bedrijf 3] uitgevoerde observaties is waargenomen.
Ervan uitgaande dat conform het verzoek van [werkgever] in hoger beroep alsnog door Uw Gerechtshof wordt geoordeeld dat het ontslag op staande voet van 28 februari 2023 wel degelijk rechtsgeldig is verleend, dan (…) dienen de tegenverzoeken ter zake de kosten van het onderzoek van [bedrijf 3] en de in eerste aanleg verzochte verklaring voor recht alsnog te worden toegewezen. (…)”
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)