Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9279984 CV EXPL 21-1797)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
€ 750,00 bruto onder de voorwaarde dat de werknemer afstand deed van zijn rechten op vergoeding van toeslagen over genoten vakantiedagen in de jaren 2014 tot en met 2018.
Max-Planck), r.o. 32 en aldaar aangehaalde rechtspraak). De “grief” slaagt dan ook niet.
Robinson-Steele). [de werknemer] heeft dus tijdens zijn vakantie recht op betaling van zijn gebruikelijke loon. In dit geval is dat dus het basisloon te vermeerderen met de gemiddelde overwerkvergoedingen en de toeslagen. Fictief moet er dus van worden uitgegaan dat [de werknemer] tijdens zijn vakantie ook recht heeft op een (gemiddelde) vergoeding voor overwerk en toeslagen. [de werknemer] heeft berekend hoe hoog de vergoedingen per jaar zijn geweest. [de werknemer] is terecht uitgegaan van een vakantieloon gebaseerd op een 40-urige werkweek. Als dan het gemiddelde per periode moet worden berekend, geldt als uitgangspunt de 40-urige werkweek. [de werknemer] heeft berekend hoeveel de gemiddelde beloning per uur zou zijn geweest, als wordt uitgegaan van een 40-urige werkweek. Dit berekende gemiddelde uurloon is vermenigvuldigd met 40 uren, zijnde de beloning voor een week vakantie.
vakantieloonniet worden uitgegaan van een 40-urige werkweek maar van een werkweek van 40 uren plus het gemiddelde aantal overuren. Eerst dan verkrijgt de werknemer tijdens zijn vakantie zijn gebruikelijke loon. [de werknemer] kan echter niet meer vakantie-uren opnemen dan 40 uren per week.