In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 10 december 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep van [belanghebbende] B.V. tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De zaak betreft de vraag of de beschikking van de inspecteur van de Belastingdienst, waarbij belanghebbende en [C BV] als één ondernemer voor de omzetbelasting zijn aangemerkt, terecht is gegeven. De inspecteur had op 4 november 2020 de fiscale eenheid vastgesteld, maar belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft het bezwaar gegrond verklaard, maar belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 26 november 2025 is belanghebbende niet verschenen, terwijl de inspecteur wel vertegenwoordigd was. Het hof heeft vastgesteld dat er sprake is van organisatorische en economische verwevenheid tussen belanghebbende en [C BV], en heeft geoordeeld dat de fiscale eenheid terecht is vastgesteld. Het hof heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De beslissing is openbaar uitgesproken en partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken beroep in cassatie in te stellen.