Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
1.2 Bereik Taxatiewijzer Algemene kengetallen
bijgebouwenin deze wijzer betreffen opstallen die onderdeel uitmaken van grotere, incourante objecten, maar niet in het kengetal zijn inbegrepen. Omdat het bijgebouw onderdeel is van een incourant object dient dit met de gecorrigeerde vervangingswaarde getaxeerd te worden terwijl het bijgebouw, op basis van zijn uiterlijke kenmerken, normaal gesproken getaxeerd wordt als courant object. Om de (gecorrigeerde) vervangingswaarde van deze objecten te bepalen, zijn herbouwwaarden bepaald op basis van gerealiseerde stichtingskosten (BDB). Voorbeelden zijn de sanitaire units op een golfterrein of NS-station, de kantine bij een busstation, een garage op een defensieterrein etc. (…)”.
1.2 Bereik taxatiewijzer Ziekenhuizen(…)
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
De Taxatiewijzer Ziekenhuizen bevat kengetallen voor het bepalen van de gecorrigeerde vervangingswaarde van onroerende zaken die in gebruik zijn als centrum voor verslavingszorg (archetype N4000052). De kengetallen zien onder meer op de levensduur, de restwaarde van de onroerende zaken en een functionele correctie. De kengetallen kunnen plaatselijk van elkaar verschillen en gebruikers blijven daarom zelf verantwoordelijk om in de eigen regio deze kengetallen te toetsen aan de plaatselijke markt. Op de kengetallen kan een correctie worden toegepast voor een levensduur en restwaarde voor ruwbouw van 45 tot 55 jaar respectievelijk 25-35%, voor de afbouw van 20 tot 30 jaar respectievelijk 20-30% en voor de installaties van 10 tot 20 jaar respectievelijk 15-20%.
In het taxatierapport is bij het bepalen van de vervangingswaarde van gebouw 1 en 2 ter zake van de onderdelen ruwbouw, afbouw en installaties het gemiddelde van de bandbreedte van de Taxatiewijzer Ziekenhuizen gevolgd en bij de bepaling van de levensduur en restwaarde binnen de daarin genoemde bandbreedte gebleven. Uit een analyse van verkooptransacties van zorglocaties binnen het gebied van de heffingsambtenaar bleek dat er geen redenen waren om hiervan af te wijken. Aan deze waardebepaling ligt een inpandige opname op 13 mei 2022 ten grondslag op grond waarvan is geconcludeerd dat de onroerende zaak een redelijk tot voldoende kwaliteit had en voldoende was onderhouden.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor de beslissing over de vergoeding van immateriële schade;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 375, onder verrekening van het reeds uitbetaalde bedrag;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 625, onder verrekening van het reeds uitbetaalde bedrag;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 289,50 vergoedt;
- bepaalt dat de minister aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 289,50 vergoedt;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij het hof van € 233,50;
- veroordeelt de minister in de kosten van het geding bij het hof van € 233,50.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).