Uitspraak
Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Gravenhagevan 5 april 1984 betreffende de beschikking van de Inspecteur van de vennootschapsbelasting te [Z] van 12 februari 1982 op het verzoek van belanghebbende, de naamloze vennootschap naar Antilliaans recht
[X] N.V.(tot juni 1981 genaamd: [A] N.V.), om teruggaaf van dividendbelasting, ingehouden op een op 15 december 1980 ter beschikking gesteld dividend.
- dat naar de omstandigheden dient te worden beoordeeld waar de vestigingsplaats is en dat in casu die omstandigheden eenduidig de Nederlandse Antillen als vestigingsplaats aanwijzen;
- dat de subsidiaire stelling en de eerste meer subsidiaire stelling van de inspecteur ertoe zouden moeten leiden dat hij in ieder geval tot gedeeltelijke teruggave van de ingehouden dividendbelasting zou moeten besluiten;
- dat in de BRK wordt gesproken van “genieten'' zonder daarop enige beperking aan te brengen, zoals wel gebeurt in andere verdragen.