ECLI:NL:HR:2001:AB3048
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over vennootschapsbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de Inspecteursuitspraak en stelde de aanslag lager vast. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in, evenals belanghebbende incidenteel.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de overeenkomst tussen belanghebbende en C B.V. terecht had uitgelegd als een betaling voor een zelfstandig gedeelte van de onderneming inclusief goodwill. Het middel van de Staatssecretaris dat dit slechts een bedrijfsmiddel zou betreffen, werd verworpen. Het oordeel van het Hof dat uitgavenrechten niet afschrijfbaar zijn, was echter onvoldoende gemotiveerd, waardoor het incidentele beroep van belanghebbende gegrond werd verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het Hofarrest, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.