ECLI:NL:PHR:2010:BL7699
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Zelfstandig oordeel strafrechter over onjuiste belastingaangifte ondanks lopend bezwaar
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting over meerdere jaren en medeplegen van valsheid in geschrift. Verdachte gaf een te laag belastbaar inkomen op, mede door het verzwegen van inkomsten uit een koppelbazenorganisatie.
De verdediging stelde dat de strafrechter niet bevoegd was om de materiële juistheid van de belastingaangifte vast te stellen, omdat dit een bestuursrechtelijk geschilpunt is. De Hoge Raad oordeelde echter dat de strafrechter zich in het kader van een strafrechtelijke vervolging een zelfstandig oordeel moet vormen over de vraag of verdachte een te laag belastbaar inkomen heeft opgegeven, ongeacht of bezwaar tegen navorderingsaanslagen nog niet is beslist.
Verder werd bevestigd dat het ontbreken van een definitieve beslissing van de belastingrechter niet aan strafvervolging in de weg staat. De Hoge Raad wees ook op de mogelijkheid dat een afwijkend oordeel van de belastingrechter later als nieuw feit kan gelden. Het middel van cassatie van verdachte werd verworpen, waarmee de veroordeling tot 28 maanden gevangenisstraf in stand bleef.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 28 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk onjuiste belastingaangifte en medeplegen van valsheid in geschrift.