ECLI:NL:HR:2003:AE8795
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake aanslag inkomstenbelasting 1998 en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 120.727. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het verkochte en geleverde winkelpand met bovenwoning als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt, ook als de echtgenote in algehele gemeenschap van goederen mede-eigenaar was en alleen het gebruik inbracht in een vennootschap onder firma. De echtgenote had alleen zeggenschap over het gebruik, niet over het pand zelf, waardoor het pand niet tot haar ondernemingsvermogen kon worden gerekend.
Verder constateerde de Hoge Raad dat het Hof niet had geoordeeld over de restwaarde, afschrijving en een mogelijk compromis hierover, waardoor de zaak moest worden terugverwezen voor nadere behandeling van deze punten.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het vonnis van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het vonnis van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem.