ECLI:NL:HR:2003:AF9665
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijspraak en verwerpt cassatie in zaak doodslag en nalaten medische hulp
De zaak betreft een strafzaak tegen een verdachte die werd verdacht van het opzettelijk doden van haar zoon door mishandeling en het nalaten van tijdige medische hulpverlening. De tenlastelegging werd tijdens de procedure gewijzigd door de officier van justitie, waarbij ook een subsidiair feit van opzettelijk nalaten werd toegevoegd.
De verdediging verzette zich tegen deze wijziging, stellende dat het om een ander feitencomplex ging en dat de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De rechtbank oordeelde echter dat de wijziging toelaatbaar was omdat de gedragingen hetzelfde feit betroffen in de zin van artikel 313 Sv Pro juncto artikel 68 Sr Pro.
Het hof sprak de verdachte vrij van de doodslag ten laste gelegde feiten, maar veroordeelde haar voor het opzettelijk nalaten van tijdige medische hulpverlening, waarbij een gevangenisstraf van drie jaar werd opgelegd, waarvan één jaar voorwaardelijk. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht geen beslissing had genomen op het bezwaar tegen de wijziging van de tenlastelegging, maar dat dit bezwaar ook niet tot cassatie kon leiden. De overige middelen faalden eveneens, zodat het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.