ECLI:NL:HR:2004:AO1962
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Nietigheid financierings- en zekerheidsovereenkomsten wegens strijd met art. 2:207c BW afgewezen
De curator in het faillissement van [A] B.V. vorderde betaling van bedragen en nietigverklaring van financierings- en zekerheidsovereenkomsten met de Rabobank, stellende dat deze in strijd waren met art. 2:207c BW. De rechtbank wees de vorderingen af wegens onvoldoende stelplicht, het hof bekrachtigde dit oordeel in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de uitleg van art. 2:207c BW, dat beperkingen stelt aan leningen en zekerheden met het oog op het verkrijgen van aandelen in een besloten vennootschap. De Hoge Raad oordeelde dat de zekerheden die [A] aan de bank stelde voor haar eigen lening niet onder het verbod van lid 1 vallen, ook al werd het geleende geld door [A] doorgeleend aan een derde om aandelen te verwerven.
De Hoge Raad bevestigde dat de lening van [A] aan de derde als toegestaan moet worden aangemerkt op grond van de statuten en dat de zekerheden niet nietig zijn. Het beroep van de curator werd verworpen en hij werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de vorderingen worden afgewezen.