ECLI:NL:HR:2005:AI0754
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bepaalt plaats van onttrekking voor omzetbelasting bij verdwenen auto onder douaneregeling
Belanghebbende kreeg een aanslagbiljet voor douanerechten en omzetbelasting over een auto die onder extern communautair douanevervoer stond. De auto werd niet geleverd aan het aangegeven kantoor van bestemming, waardoor het Hof oordeelde dat niet was vastgesteld dat de onttrekking in Nederland had plaatsgevonden en vernietigde de aanslag voor de omzetbelasting.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat onttrekking aan een douaneregeling plaatsvindt door elk handelen of nalaten waardoor de douaneautoriteit geen toegang heeft tot de goederen, en dat de plaats van onttrekking samenvalt met de plaats waar de douaneschuld ontstaat.
Omdat de plaats van onttrekking niet kon worden vastgesteld met de eerste twee methoden van artikel 215 lid 1 CDW Pro, geldt de derde methode: de douaneschuld ontstaat op de plaats waar de goederen onder de regeling zijn geplaatst, in dit geval Nederland. De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde het beroep bij het Hof ongegrond.
De Hoge Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling en bevestigde hiermee de toepassing van communautaire bepalingen op de omzetbelasting bij douaneonttrekking.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en vernietigt het arrest van het Hof, waarbij omzetbelasting in Nederland is verschuldigd wegens onttrekking aan douaneregeling.