Conclusie
eerste, het
tweedeen het
derdemiddel behelzen de klacht dat het hof de verzoeken tot het horen van getuigen en om de toegang tot dan wel de toevoeging aan het dossier van de stukken van de hoofdprocedure ten onrechte, althans onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd, heeft afgewezen. De toelichting op de middelen vertoont een grote mate van overlap. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
(na de beslissing van het hof op de terechtzitting van 25 mei 2010, AG)is vastgesteld, zoals niet ter discussie staat, dat de aanvulling op het verkort vonnis van de rechtbank eerst bij brief van de griffier van het hof van 12 februari 2009 aan de raadsman van verzoeker is toegezonden. Dat betekent dat, anders dan de strafkamer aannemelijk heeft geacht, het ervoor moet worden gehouden dat de onderzoekswensen binnen veertien dagen na ontvangst van de aanvulling kenbaar zijn gemaakt.
vierde middelbevat de klacht dat het hof een verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van de telefoontaps ten onrechte en op onbegrijpelijke gronden heeft verworpen. Uit de toelichting blijkt dat het middel doelt op het verweer dat bewijsuitsluiting dient plaats te vinden op de grond dat niet blijkt dat de bevoegde autoriteiten bevelen hebben afgegeven voor het afluisteren van de telefoongesprekken.
vijfde middelbehelst de klacht dat het hof het verweer strekkende tot beperking van de hoogte van de ontnemingsmaatregel wegens draagkracht ten onrechte en op onbegrijpelijke gronden heeft verworpen.
de redelijkerwijs te verwachten toekomstigedraagkracht van de betrokkene niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen. Het hof heeft geoordeeld dat daarvan in dezen geen sprake is.
zesde middelbevat de klacht dat het hof een verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van de telefoontaps waarvan de geluidsopnamen niet fysiek teruggevonden konden worden, ten onrechte en op onbegrijpelijke gronden heeft verworpen.