ECLI:NL:HR:2005:AR4019
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt activering suikerheffing als onderdeel kostprijs volgens goed koopmansgebruik
Belanghebbende, een suikerproducent, had voor het jaar 1993 haar suikervoorraad gewaardeerd op kostprijs of lagere opbrengstwaarde, waarbij zij een passiefpost vormde voor de verschuldigde suikerheffing van ƒ 39.600.000. De Inspecteur corrigeerde de winst met een deel van deze heffing, omdat slechts een proportioneel deel van de voorraad nog aanwezig was.
Het Hof oordeelde dat de suikerheffing, die een percentage is van de geproduceerde A- en B-suiker, een noodzakelijk onderdeel vormt van de kostprijs van deze suiker en dus moet worden geactiveerd. Het cassatiemiddel dat dit oordeel aanvalt, faalt volgens de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het goed koopmansgebruik dat kosten die direct samenhangen met de productie en voorraadvorming, zoals de suikerheffing, moeten worden geactiveerd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de suikerheffing als onderdeel van de kostprijs moet worden geactiveerd.