ECLI:NL:HR:2007:BA7970
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over goedkeuringsrecht aandeelhouders bij verkoop LaSalle door ABN AMRO
In deze zaak stond centraal de vraag of het bestuur van ABN AMRO Holding verplicht was tot voorafgaande goedkeuring of consultatie van de algemene vergadering van aandeelhouders bij de verkoop van LaSalle, een belangrijk bedrijfsonderdeel, aan Bank of America. VEB c.s. verzochten de ondernemingskamer om een onderzoek en onmiddellijke voorzieningen die de uitvoering van de koopovereenkomst opschortten.
De ondernemingskamer had de uitvoering van de LaSalle-transactie bij wijze van onmiddellijke voorziening opgeschort, afhankelijk gesteld van goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders. De Hoge Raad vernietigt deze beschikking en oordeelt dat het bestuur bevoegd is tot het nemen van dit besluit zonder voorafgaande goedkeuring of consultatie, tenzij de wet of statuten anders bepalen.
De Hoge Raad benadrukt dat de verkoop van LaSalle niet valt onder de wettelijke criteria van art. 2:107a BW die een goedkeuringsrecht van de aandeelhouders vereist. Ook de omstandigheid van een overnamesituatie en de belangen van aandeelhouders rechtvaardigen geen afwijking van deze hoofdregel. Het bestuur moet wel de belangen van de vennootschap en alle betrokkenen zorgvuldig afwegen, maar dit leidt niet tot een verplichting tot voorafgaande raadpleging.
Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat een eventueel verzuim in de besluitvorming geen gevolgen heeft voor de rechtsgeldigheid van de transactie en dat de gevraagde onmiddellijke voorzieningen niet gerechtvaardigd zijn. VEB c.s. worden veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de opschortende beschikking en wijst het verzoek tot onmiddellijke voorzieningen af.