ECLI:NL:HR:2008:BC1238
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verjaring en onrechtmatige daad bij verzakkingsschade door peilverlaging
De zaak betreft een geschil tussen een eigenaar van een woonboerderij en het waterschap over schadevergoeding wegens verzakkingsschade veroorzaakt door peilverlaging in het kader van een ruilverkaveling rond 1972.
De eiser stelde dat het waterschap onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende compensatoire maatregelen te treffen en dat de verjaringstermijn pas begon te lopen toen de schade in 1996 zichtbaar werd. Het hof oordeelde echter dat de schade niet verborgen was, omdat de verlaging van het waterpeil zichtbaar was en klachten hierover reeds in 1972 waren geuit.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De verjaringstermijn begon volgens de Hoge Raad te lopen vanaf het moment dat de schade was geleden, ongeacht of de eiser op dat moment bekend was met de schade. De uitzondering voor verborgen schade, zoals bij bodemverontreiniging, was hier niet van toepassing.
De Hoge Raad veroordeelde de eiser in de kosten van het geding in cassatie en bevestigde daarmee het arrest van het hof dat de vordering was verjaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de schadevordering was verjaard.