ECLI:NL:HR:2008:BC1309
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij deelneming criminele organisatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel uit deelneming aan een criminele organisatie en overtredingen van de Opiumwet.
Het hof had het voordeel berekend over de periode van 1 september 1999 tot en met 9 juni 2000 en daarbij ook uitgaven vóór en ná deze periode als wederrechtelijk verkregen voordeel aangemerkt. Dit oordeel acht de Hoge Raad onbegrijpelijk omdat betrokkene buiten de strafbare periode geen voordeel kan hebben verkregen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de hoogte van het bedrag betreft en vermindert de betalingsverplichting tot €200.468,51. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad motiveert zijn oordeel aan de hand van het strafdossier, het rapport van financieel rechercheurs en de wettelijke criteria voor ontneming.
Uitkomst: De betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot €200.468,51.