Conclusie
Beoordeling van het verzoek
[…]
[…]
4. De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.”
[…]
De keuze of in het concrete geval een onmiddellijke tenuitvoerlegging gerechtvaardigd is, wordt in handen gelegd van de rechter. Het gaat daarmee om een modaliteit die uitsluitend door de rechter kan worden toegewezen, waardoor het op de meest zorgvuldige wijze in het strafproces is ingebed. Hij kan daarbij alle omstandigheden van het geval meewegen, waardoor een maatregel kan worden opgelegd die zoveel mogelijk is toegesneden op de betrokken persoon, in het belang van de veiligheid van de samenleving en een humane tenuitvoerlegging van de maatregel.” [13]
[…]
Bij de keuze om de maatregel al dan niet onmiddellijk uitvoerbaar te verklaren zal de rechter het belang van de onmiddellijke bescherming van de omgeving of het slachtoffer en de ernst van het strafbare feit dat de verdachte zou kunnen begaan, dan wel het belastend gedrag dat hij jegens personen zou kunnen laten zien, afwegen tegen het belang van de veroordeelde om zich in de periode tot aan de onherroepelijkheid van het vonnis vrijelijk in een bepaalde straat of wijk te begeven of contact te hebben met bepaalde personen. Deze belangenafweging moet voldoen aan het proportionaliteitsvereiste.” [18]
dieachtergrond, dat het ontbreken van een wettelijke basis voor de mogelijkheid van dadelijke uitvoerbaarheid bij de voorwaardelijke ISD-maatregel opvallend genoemd kan worden. Deze buitensluiting ligt bepaald niet in de rede, gelet op de stelselmatigheid van normschendingen waaraan personen voor wie de ISD-maatregel in het leven is geroepen zich schuldig hebben gemaakt en het betrekkelijk hoge recidive-gevaar bij deze categorie van daders, welk gevaar de wetgever met de ISD-maatregel (evenals bij de vrijheidsbeperkende maatregel, met haar contact- en gebiedsverboden, en bij de voorwaardelijke TBS) beoogt terug te dringen. De gedachte zou daarom kunnen opkomen dat dit wettelijke instrument met betrekking tot de voorwaardelijke ISD-maatregel aan de aandacht van de wetgever is ontsnapt. [19]
Artikel 6:6:6 (14e, tweede lid, 38, achtste lid, 38v, vijfde lid, 77za, tweede lid Sr) – opheffen dadelijke uitvoerbaarheid
door de rechter waarbij het hoger beroep tegen de veroordeling aanhangig is(cursivering van mij, A-G), worden opgeheven. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in de gevallen dat het gerechtshof al snel tot een ander oordeel komt dan de rechtbank, waardoor de voorwaardelijke vrijheidsstraf niet in stand kan blijven.” [24]
Schending dan wel verkeerde toepassing van het recht, in het bijzonder van art. 21 Sv Pro en art. 6:6:6 Sv Pro, doordat de raadkamer van hof zich onbevoegd heeft verklaard te beslissen op een verzoek tot opheffing van een bevel van de rechtbank tot dadelijke uitvoerbaarheid van gestelde voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht en heeft geoordeeld dat een dergelijke beslissing enkel is voorbehouden aan de zittingsrechter die in hoger beroep over het van de zijde van de verdachte ingestelde hoger beroep zal oordelen.”