ECLI:NL:HR:2008:BD7071

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02473
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende motivering weigering contra-expertise

De officier van justitie verzocht de rechtbank 's-Hertogenbosch om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene bestreed dit verzoek en stelde onder meer dat onvoldoende vaststond dat sprake was van een geestesstoornis die gevaar veroorzaakte. De rechtbank verleende de machtiging voor een periode van zes maanden.

Tijdens de behandeling voerde de raadsman van betrokkene aan dat een onafhankelijke contra-expertise wenselijk was om duidelijkheid te verkrijgen over het ziektebeeld. De psychiater erkende een impasse in diagnostiek en medicatie en wilde betrokkene doorverwijzen naar een andere kliniek voor betere diagnose.

De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek om contra-expertise is afgewezen. Gezien de ingrijpende aard van het vrijheidsbenemende besluit is een gemotiveerde afwijzing vereist. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voortgezet verblijf wegens onvoldoende motivering van de weigering van contra-expertise en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.

Uitspraak

5 september 2008
Eerste Kamer
08/02473
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
Met een op 22 februari 2008 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingekomen verzoekschrift heeft de officier van justitie zich gewend tot die rechtbank en verzocht een machtiging te verlenen tot voortzetting van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
Betrokkene heeft het verzoek bestreden.
Bij beschikking van 13 maart 2008 heeft de rechtbank een machtiging verleend tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, ingaande 13 maart 2008 en eindigende op 13 september 2008.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank 's-Hertogenbosch.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De rechtbank heeft in de bestreden beschikking een machtiging verleend tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, ingaande 13 maart 2008 en eindigende 13 september 2008. De raadsman van betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling onder meer aangevoerd dat sprake is van een langdurige behandeling waarbij het met betrokkene steeds slechter gaat en dat onvoldoende vaststaat, dat sprake is van een stoornis van de geestvermogens van betrokkene die gevaar veroorzaakt. De met agressiviteit van betrokkene verband houdende meldingen dateren volgens de raadsman van langere tijd geleden. Hij acht het gewenst dat er duidelijkheid komt over het ziektebeeld van betrokkene, vastgesteld door een onafhankelijke psychiater, zodat de diagnose wordt geaccepteerd. Vervolgens heeft de raadsman de rechtbank verzocht het onder 1 vermelde verzoek van de officier van justitie af te wijzen. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling vorenstaand betoog van de raadsman van betrokkene niet bestreden en aangevoerd dat wat betreft de diagnostiek en de medicatie sprake is van een impasse en dat hij betrokkene om die reden zou willen doorverwijzen naar een andere, verder weg gelegen kliniek waar een betere diagnose kan worden gesteld.
3.2 Onderdeel II klaagt erover, dat in de bestreden beschikking door de rechtbank geen aandacht is besteed aan het verzoek om een contra-expertise.
3.3 Gelet op de ingrijpende aard van de door de rechter te nemen, tot vrijheidsbeneming leidende beslissing kan een verzoek tot het verrichten van een nader onderzoek door een deskundige slechts gemotiveerd worden afgewezen (vgl. HR 29 april 2005, nr. R05/007, NJ 2007, 153). De rechtbank heeft in haar beschikking wel een indicatie gegeven van de aard van het gevaar, namelijk "het gevaar dat betrokkene een ander ernstig letsel zal toebrengen, welk gevaar met name speelt in de thuissituatie", en van de ernst van het gevaar, door te verwijzen naar de heropname na een eerdere voorwaardelijke machtiging. Daarin ligt echter niet een opgave van redenen besloten waarom de rechtbank aan het verzoek om contra-expertise is voorbijgegaan, zodat het onderdeel terecht is voorgesteld. De overige onderdelen van het middel behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 13 maart 2008;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar die rechtbank.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.