ECLI:NL:HR:2009:BI7139
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen voorlopige partneralimentatiebeschikking
De vrouw verzocht de rechtbank Almelo om echtscheiding, verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en partneralimentatie van € 1.500 per maand. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde de alimentatie voorlopig vast op € 1.250 per maand. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem dat de echtscheiding bekrachtigde maar de alimentatiebeschikking vernietigde en een voorlopige alimentatie van € 702 per maand vaststelde met aanhouding van verdere beslissingen.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze voorlopige beschikking. De vrouw voerde geen verweer. De Advocaat-Generaal adviseerde de man niet-ontvankelijk te verklaren omdat het cassatieberoep gericht was tegen een tussenbeschikking die geen definitieve beslissing vormt.
De Hoge Raad oordeelde dat een voorlopige alimentatiebeschikking een tussenbeschikking is die geen einde maakt aan het geding en dus niet afzonderlijk in cassatie kan worden aangevochten. Het cassatieberoep moest daarom worden afgewezen als niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vijf raadsheren op 25 september 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het gericht is tegen een voorlopige tussenbeschikking.