ECLI:NL:HR:2009:BJ7004
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verlenging alimentatieverplichting na twaalf jaar termijn
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw na het verstrijken van de wettelijke termijn van twaalf jaren zoals bedoeld in art. 1:157 lid 4 BW Pro. De vrouw verzocht primair om voortzetting van de alimentatie tot 2018, subsidiair tot haar 65e verjaardag in 2011, en meer subsidiair om gefaseerde afbouw van de alimentatie.
De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof Amsterdam stelde de termijn vast tot 17 maart 2011 met de mogelijkheid tot verdere verlenging. De man stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom de terugval in inkomsten substantieel was en dat het hof ten onrechte eerdere oordelen uit procedures met omgekeerde bewijslast had overgenomen zonder zelfstandig oordeel.
De Hoge Raad benadrukte dat de stelplicht en bewijslast voor bijzondere omstandigheden die verlenging rechtvaardigen bij de alimentatiegerechtigde rusten en dat arbeidsongeschiktheid die na echtscheiding is ontstaan wel degelijk in aanmerking mag worden genomen. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing over de verlenging van de alimentatieverplichting.