ECLI:NL:HR:2010:BJ6932
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en strafvermindering wegens gebruik getuigenverklaring en overschrijding redelijke termijn in overvalzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake meerdere overvallen gepleegd door de verdachte en medeverdachten in Rotterdam en Vlaardingen in december 2005 en januari 2006. De verdachte werd onder meer veroordeeld voor diefstal met geweld en bedreiging met vuurwapens.
Een belangrijk punt in cassatie was het gebruik van verklaringen van een medeverdachte die zich tijdens de procedure op zijn verschoningsrecht had beroepen. De Hoge Raad bevestigde dat het gebruik van deze verklaringen voor bewijs niet onverenigbaar is met artikel 6 EVRM Pro, mits de verdediging voldoende gelegenheid heeft gehad om de getuige te ondervragen, ook al weigerde deze te verklaren.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat de uitspraak in cassatie meer dan zestien maanden na het instellen van het beroep plaatsvond. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes jaren.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en bepaalde dat de straf wordt verminderd tot vijf jaren en acht maanden gevangenisstraf. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaren en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; bewijsgebruik van verklaringen van medeverdachte wordt bevestigd.