ECLI:NL:GHAMS:2010:BM8882
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekeningen
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen vanwege het niet opgeven van tegoeden en inkomsten uit bankrekeningen bij de KB-Luxbank in Luxemburg. De inspecteur baseerde zich op fotokopieën van microfiches en een proces-verbaal van identificatie. Belanghebbende voerde onder meer aan dat zij niet houder was van deze rekeningen en dat de navorderingstermijn in strijd was met EU-recht.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende houder was van de rekeningen en dat het vermoeden niet was weerlegd. Het beroep op strijdigheid met EU-recht faalde omdat belanghebbende geen concrete stelling had ingenomen. De navorderingsaanslagen werden verminderd door eliminatie van een factor 1,5 in de schatting van de correcties.
Met betrekking tot de boetes stelde het Hof vast dat opzet aannemelijk was, mede vanwege het bewust aanhouden van tegoeden in een land met bankgeheim. De boetes werden gematigd tot 80% vanwege onzekerheid in de schatting en vervolgens tot 64% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Verzoeken tot aanhouding en terugwijzing werden afgewezen. Getuigenverzoeken die niet relevant waren voor de beoordeling werden eveneens afgewezen.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende en gaf opdracht tot herberekening van vermogens voor de vermogensbelasting. De uitspraak werd gedaan door rechter O.B. Onnes en griffier E.G. van der Laan op 10 juni 2010.
Uitkomst: Het Hof vermindert navorderingsaanslagen en boetes en wijst verzoeken tot aanhouding en terugwijzing af.