ECLI:NL:HR:2012:BX4704
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken concrete bepaling vervolgprofijt ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld en de betalingsverplichting vastgesteld inclusief het vervolgprofijt, zijnde rente en koersstijgingen na inbeslagneming.
De Hoge Raad oordeelt dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting in een concreet bedrag moeten worden uitgedrukt, zodat geen onduidelijkheid bestaat over de omvang van de verplichting. Het hof had nagelaten het vervolgprofijt in een concreet bedrag vast te stellen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting op basis van het bestaande hoger beroep. Het middel van cassatie van de betrokkene wordt verworpen, het middel van de Advocaat-Generaal wordt gegrond verklaard.
De Hoge Raad benadrukt dat het concrete bedrag niet pas bij executie mag worden vastgesteld, maar vooraf duidelijk moet zijn. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 2 oktober 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens het ontbreken van een concrete bepaling van het vervolgprofijt.