ECLI:NL:HR:2010:BL6551
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over naheffing motorrijtuigenbelasting bij ten onrechte verleende taxivrijstelling
Belanghebbende was taxiondernemer en maakte van 8 juni 1998 tot 7 juni 2000 gebruik van een personenauto waarvoor hij een vrijstelling van motorrijtuigenbelasting claimde op grond van artikel 72, lid 1, aanhef en letter n, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. De Inspecteur stelde tijdens een boekenonderzoek vast dat deze vrijstelling ten onrechte was toegepast en legde naheffingsaanslagen en boetes op over de jaren 1999 en 2000.
De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen de naheffingsaanslagen ongegrond en het beroep tegen de boetes gegrond, waarna het Hof Arnhem de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen vernietigde, stellende dat de Inspecteur slechts over de laatste vier tijdvakken van drie maanden voorafgaand aan de constatering naheffing mocht opleggen, conform artikel 76 van Pro de Wet. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 76 van Pro de Wet een specifieke regeling bevat die afwijkt van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en dat de naheffing beperkt is tot vier aaneengesloten tijdvakken van drie maanden met als laatste het tijdvak waarin het feit is geconstateerd. Het Hof heeft echter ten onrechte de naheffingsaanslagen vernietigd wegens het ontbreken van juiste tijdvakvermelding en had het juiste bedrag moeten berekenen uitgaande van de constateringsdatum. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het Hof 's Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste uitleg van artikel 76 Wet motorrijtuigenbelasting.