ECLI:NL:HR:2010:BO7233
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing rechtbank inzake beslag op geldbedrag wegens onvoldoende motivering
In deze zaak heeft de rechtbank het klaagschrift van klager tegen de voortduring van het beslag op een geldbedrag van €60.000,- ongegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat het beslag berustte op artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering en dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzette, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de rechter het geldbedrag later zou verbeurdverklaren.
Klager stelde dat het geldbedrag legaal was verkregen en eigendom van hem was, met een verklaring dat het geld afkomstig was van een neef en bestemd was voor de aankoop van een auto en hulp aan zijn moeder. De verklaringen van klager en de persoon bij wie het geld in beslag was genomen, waren echter wisselend en niet consistent.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank het beslissingskader van artikel 94 Sv Pro niet had miskend, maar dat het oordeel onvoldoende was gemotiveerd omdat het uitsluitend was gebaseerd op de wisselende verklaringen. Daarom werd de beschikking vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling.
De Hoge Raad benadrukte dat bij een klaagschrift tegen beslag de rechtbank moet beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist en of klager redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd. Teruggave kan worden geweigerd als het veiligstellen van strafvorderingsbelangen dat vereist of als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat het geld verbeurd zal worden verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling.