Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het verloop van de zaak
Bijlage 2Abij dit klaagschrift gevoegd. De Nederlandse vertaling daarvan wordt als
Bijlage 2Ben bijlagen bij het memorandum worden als
Bijlage 3bijgevoegd.
Bijlage 4.
Bijlage 2A en Bbij het klaagschrift) behelst al een eerste aanzet ter onderbouwing van de bezwaren tegen kennisneming en gebruik van de in beslag genomen gegevens. Wat ik nu zal bepleiten, bouwt daarop voort en betreft tevens een juridische invulling van de feiten.
blind trustomdat hij president werd in 2014. Het leidde tot de oprichting van een bedrijfsstructuur die de genoemde bedrijven omvat. Zodoende was Poroshenko sinds 2016 niet meer de juridisch eigenaar van de ondernemingen, ofschoon hij uiteindelijk begunstigde (UBO) bleef tot 2019. Daarna werd Poroshenko's zoon de UBO, zodat de ondernemingen als het Poroshenko-familiebedrijf kunnen worden gekenschetst.
Special Purpose Vehicle(SPV) die werd gebruikt om de overdracht van de groep in
blind trustte regelen. Deze trustfiguur werd beheerd door de Rothschild Groep die bevestigde dat de nieuwe juridische structuur voldeed aan de internationale normen voor het scheiden van belangen van politiek actieve begunstigden om belangenconflicten te voorkomen.
court fixer’. Vanaf 2019 heeft Portnov 'stappen ondernomen om de Oekraïense rechterlijke macht te controleren’, 'samengespannen met een hooggeplaatste Oekraïense regeringsfunctionaris om de hogere juridische instelling van het land in hun voordeel vorm te geven’, en 'is hij betrokken geweest bij een poging om de Oekraïense procureur-generaal te beïnvloeden’.
Bijlage 4, doorgenummerd). Hij is het hoofd van het bestuur van het Anti-Corruption Action Center in Oekraïne. Shabunin heeft regelmatig kritiek geuit op Tatarov, die in 2020 werd beschuldigd van omkoping. Zelf concludeert Shabunin: "
Attacks by media and law enforcement on those whom the President's Office considers its enemies will continue”.
fishing expeditions.
Bijlage 5). Dergelijke beperkingen waren een andere manier van de Oekraïense autoriteiten om politieke druk uit te oefenen op Poroshenko en zijn politieke kracht.
Bijlage 6).
Bijlage 2Bbij h01et klaagschrift, de Nederlandse vertaling) wordt gewag gemaakt van de meer dan 60 strafzaken die tegen Poroshenko zijn geregistreerd, waarvan de beschuldigingen variëren van belastingontduiking tot ambtsmisbruik en hoogverraad. Dat laatste delict kwalificeert als een absoluut politiek delict waarvoor niet mag worden uitgeleverd.
Naar Nederlands recht kunnen gelet op de jurisprudentie, voor zover in dit verband van belang, worden onderscheiden:
Uitgangspunt in uitleveringszaken is dat bij de beoordeling van een uitleveringsverzoek dat is gebaseerd op een verdragsrelatie, in beginsel moet worden uitgegaan van het vertrouwen dat de verzoekende staat bij de vervolging en berechting van de opgeëiste persoon de daarop betrekking hebbende fundamentele rechten zal respecteren (zie Hoge Raad 16 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1441, en Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463). Dit uitgangspunt lijdt echter uitzondering indien bij de behandeling van het uitleveringsverzoek ter zitting naar aanleiding van een voldoende onderbouwd verweer is komen vast te staan dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zal worden blootgesteld aan het risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge artikel 6, eerste lid, EVRM, toekomend recht en dat hem na zijn uitlevering ter zake van die inbreuk niet een rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 EVRM Pro ten dienste staat.”
Dit moment zal per recht en per zaak kunnen verschillen. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de verdachte reeds in het vooronderzoek aanspraak heeft op de in het derde lid genoemde rechten, bijvoorbeeld wanneer niet-naleving van die rechten in het vooronderzoek een nadelige invloed heeft op de eerlijkheid van het onderzoek ter terechtzitting (...)”.
Register"). Het vooronderzoek begint op het moment dat de informatie over het mogelijke misdrijf in het Register wordt opgenomen. Dat gezegd hebbende, betekent de registratie van een aangifte van een misdrijf in het Register in feite de start van het vooronderzoek.
Bijlagen 2 en 3bij het klaagschrift) duidelijk dat tegen de aan [klaagster] gelieerde voormalig president van Oekraïne, Poroshenko, een groot aantal strafrechtelijke procedures aanhangig is, zonder dat hij officieel in staat van beschuldiging is gesteld. Volgens Avellum zou het meer dan 60 van dit soort acties van overheidszijde betreffen, waarbij alles erop wijst dat er politieke invloed daarop wordt uitgeoefend
fundamentelerechten, hetgeen in samenhang bezien, een weigeringsrond zou moeten opleveren in het kader van art. 5.1.5 lid 4 en lid 5 Sv.
3. Het standpunt van klaagster
4.Het standpunt van de officier van justitie
Petro POROSHENKOen de aan hem gelieerde onderneming
[bedrijf 4] Ltd, meld ik u het volgende.
5 Het oordeel van de rechtbank
A-G: bedoeld zal zijn ófwel HR 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:ZD2927, NJ 2002/580 ófwel HR 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6604. Beide beschikkingen bevatten, telkens in rov. 3.4, dezelfde overweging.]). Uit artikel 5.1.11, derde lid, Sv volgt verder dat de beklagrechter geen onderzoek doet naar de gronden voor het uitvaardigen van het rechtshulpverzoek.
6.Beslissing
3.Het middel
Art. 552a lid 1 Sv:
Art. 5.1.4 leden 1 en 2 Sv:
Art. 5.1.5 leden 4 en 5 Sv:
Art. 5.1.8 lid 1 Sv:
Art. 5.1.10 leden 1 en 4 Sv:
Art. 5.1.11 leden 1 en 3 Sv:
eerste deelklachtwordt geklaagd dat “het oordeel van de rechtbank, dat er ‘gelet op de concrete verdenking die ten grondslag ligt aan het onderhavige rechtshulpverzoek’ geen sprake is van een relatief politiek delict onvoldoende met redenen is omkleed.” Daartoe wordt in de toelichting op het middel samengevat aangevoerd dat de oordelen van de rechtbank dat de weigeringsgronden als bedoeld in art. 5.1.5 leden 4 en 5 Sv zich in het onderhavige geval niet voordoen – gelet op hetgeen namens de klaagster is aangevoerd – ontoereikend zijn gemotiveerd. Volgens de stellers van het middel heeft de rechtbank ten onrechte de juistheid van de door de Oekraïense autoriteiten verstrekte informatie tot uitgangspunt genomen zonder daarbij de namens de klaagster aangevoerde argumenten te betrekken en heeft de rechtbank in haar motivering van de verwerping van de namens de klaagster gevoerde verweren dat sprake is van de bovengenoemde weigeringsgronden enkel verwezen naar (de onderliggende stukken, waaronder) de brief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 5 maart 2024.
tweede deelklachtwordt geklaagd dat de overweging van de rechtbank dat zij, gelet op het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van de onderliggende stukken door de Oekraïense autoriteiten, niet kan voorzien in een nadere toelichting, meebrengt dat de beslissing van de rechtbank [tot ongegrondverklaring van het beklag] onvoldoende met redenen is omkleed en voorts betekent dat de Hoge Raad die beslissing niet, althans onvoldoende kan toetsen, zodat de beslissing ook hierom niet in stand kan blijven.
derde deelklachtwordt geklaagd dat gehandeld is in strijd met beginselen van een behoorlijke procesorde, omdat de klaagster niet heeft beschikt over de rechtshulpverzoeken en de onderliggende stukken, waardoor zij in aanzienlijke mate is beperkt in haar mogelijkheid effectief verweer te voeren.