ECLI:NL:HR:2012:BT6972
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afschrijving investeringskosten bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerijen. Het hof had het voordeel vastgesteld op basis van opbrengsten minus kosten, waarbij investeringskosten in vier jaar werden afgeschreven en slechts gedeeltelijk in mindering werden gebracht.
De verdediging voerde aan dat het gehele bedrag van de investeringskosten in mindering moest worden gebracht, omdat anders het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel wordt geschonden. Volgens hen zou de betrokkene anders slechter af zijn dan zonder het delict, wat onrechtvaardig zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat investeringskosten slechts voor zover ze toerekenbaar zijn aan het delict en in de vorm van afschrijvingskosten in mindering mogen worden gebracht. Het oordeel van het hof dat volledige aftrek niet gerechtvaardigd is, is niet onjuist en voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
De uitspraak bevestigt dat ontneming het doel heeft om de criminele winst weg te nemen zonder de veroordeelde in een betere of slechtere positie te brengen dan zonder het delict, en dat investeringskosten niet integraal mogen worden afgetrokken zonder rekening te houden met noodzakelijkheid en afhankelijkheid van het delict.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gedeeltelijke afschrijving van investeringskosten bij ontneming.