ECLI:NL:HR:2012:BW1720
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof over onderverzekering en gevolgschade assurantietussenpersoon
De zaak betreft een geschil tussen Coöperatieve Rabobank De Zuidelijke Baronie U.A. als assurantietussenpersoon en een boomkwekerijhouder, die schadevergoeding vordert wegens tekortschieten van de tussenpersoon bij de verzekering van haar bedrijf.
Na blikseminslag op het bedrijf bleek dat bepaalde schadeposten niet of onvolledig verzekerd waren. De rechtbank wees de vordering af, het hof kende gedeeltelijk vergoeding toe. Het hof oordeelde dat de assurantietussenpersoon een zorgplicht heeft om de verzekeringnemer tijdig te informeren over gevolgen van bekende feiten voor de dekking.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld over de aard van de gevolgschade, namelijk dat de schade aan zaaigoed niet als bedrijfsstagnatieschade valt onder de polis. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing over de dekking van de gevolgschade.
De Hoge Raad bevestigt dat de assurantietussenpersoon een zorgplicht heeft, maar benadrukt dat de uitleg van de polis en de dekking van gevolgschade nader beoordeeld moeten worden. De kosten van het cassatiegeding worden aan de zijde van de eiseres in cassatie opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling over de dekking van gevolgschade.