Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het verzoek tot het horen van een aantal getuigen heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.
tweede middelbevat de klacht dat de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel onbegrijpelijk is, aangezien het hof in de kasopstelling heeft betrokken dat de politie een bedrag van € 111.421,10 aan contant geld in de woning van de betrokkene heeft aangetroffen, terwijl de betrokkene in de strafzaak onherroepelijk is vrijgesproken van het witwassen van een gedeelte van dit geldbedrag.
derde middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof ten aanzien van de redelijke termijn in hoger beroep niet begrijpelijk is.