Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelbehelst de klacht dat het hof bij de schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel de onschuldpresumptie heeft geschonden dan wel de verwerping van het daarop betrekking hebbende verweer op onjuiste, onvolledige en/of onbegrijpelijke wijze heeft gemotiveerd.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het namens de betrokkene gevoerde verweer dat het in de hoofdzaak bewezen verklaarde witwassen geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft opgeleverd ten onrechte, althans op onjuiste en onbegrijpelijke gronden heeft verworpen.
derde middelbehelst de klacht dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet aannemelijk is dat de betrokkene een bedrag van € 3.500,00 als schenking(en) heeft ontvangen bij de geboorte van zijn kind.