Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het verweer, inhoudende dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake is van wederrechtelijk voordeel dat is verkregen uit strafbare feiten, ten onrechte, althans ondeugdelijk gemotiveerd, heeft verworpen.
uitgeslotendat voordeel wordt ontnomen dat zou zijn verkregen door strafbare feiten waarvan de betrokkene is vrijgesproken, geen steun vindt in het recht. Uit het voorafgaande volgt dat het hof het in het middel bedoelde verweer zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en op toereikende gronden heeft verworpen.
tweede middelbevat de klacht dat het hof het verweer, inhoudende dat wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn het openbaar ministerie in zijn ontnemingsvordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, althans dat het te betalen bedrag in ieder geval met vijf procent moet worden gematigd, ten onrechte, althans ondeugdelijk gemotiveerd, heeft verworpen.