Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te ’s-Gravenhage,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 september 2013.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de ontbinding van zijn huurovereenkomst met Haag Wonen werd bevestigd wegens herhaaldelijke niet-tijdige betaling van de huur.
De procedure omvatte meerdere vonnissen van de kantonrechter en een arrest van het hof, waarop de Hoge Raad zich baseert. Eiser stelde het cassatieberoep in, terwijl Haag Wonen verstek liet gaan. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiser niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil worden vastgesteld aan de zijde van Haag Wonen.
Deze uitspraak bevestigt de mogelijkheid tot ontbinding van een huurovereenkomst bij herhaaldelijke niet-tijdige huurbetaling en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatiegronden zonder belang voor rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wordt bevestigd.