Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
Onderzoeksperiode
Inkomsten
Uitgaven
Samenvattend
money transfers’.
money transfers. De juistheid van dit oordeel kan in het midden blijven. Immers, ook als geen sprake is van een voldoende gemotiveerde betwisting dient de bewijsconstructie voldoende inzichtelijk te zijn. Borgers merkt daarover op dat cruciaal is of de inhoud van het financieel rapport steun vindt in de resultaten van het onderzoek:
money transfersbestaat eveneens tegenstrijdigheid tussen de samenvatting in het proces-verbaal van bevindingen, waarin het kennelijk gaat om € 904,-, en de aangehechte GWK Money Transfer Transactieoverzichten, die laten zien dat opgeteld een bedrag van Fl. 914,8208 is overgemaakt, hetgeen neerkomt op zo’n € 415,13. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is het oordeel van het hof over de hoogte van de voornoemde posten reeds daarom niet begrijpelijk.
tweede middelbevat de klacht dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door op het wederrechtelijk verkregen voordeel slechts een evenredig deel van het door de veroordeelde en zijn drie medeveroordeelden aan de benadeelde partijen te betalen bedrag in mindering te brengen. [7]
Stb.2014, 513 (inwerkingtreding 1 januari 2014) is de bepaling gewijzigd en als volgt komen te luiden:
derde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro in cassatie is overschreden.