Conclusie
poging tot moord” en de verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging op de grond dat het feit hem niet kan worden toegerekend. Voorts heeft de rechtbank gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en bevolen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd. Tevens heeft de rechtbank de teruggave gelast van een aantal onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, één en ander zoals nader in het vonnis omschreven. Ten slotte heeft de rechtbank de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] toegewezen tot een bedrag van € 13.905,19 en de gemeente Almelo als benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
tot een straf of aan wie bij rechterlijke uitspraak een maatregel of een last als bedoeld in artikel 37 wordt Pro opgelegd,of waarbij door de rechter bij de strafoplegging rekening is gehouden met een strafbaar feit, waarvan in de dagvaarding is meegedeeld dat het door de verdachte is erkend en ter kennis van de rechtbank wordt gebracht dan wel jegens wie een strafbeschikking wordt uitgevaardigd, kan de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer of diens nabestaanden in de zin van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering. (…)”
De schadevergoedingsmaatregel
strafbaarheidheeft teweeggebracht, spitst deze vraag zich toe op de deelvraag of met ingang van 1 januari 2014 de
strafbedreigingvan delicten is veranderd.
NJ1995/606 (Welch vs. Verenigd Koninkrijk) [7] ten aanzien van de vraag wat moet worden verstaan onder "penalty" als bedoeld in art. 7, eerste lid, tweede volzin, EVRM:
in vervolg opde veroordeling wegens een strafbaar feit. Een veroordeling houdt in dat de verdachte schuldig is bevonden (“
held guilty”), met andere woorden: de rechter oordeelt het feit bewezen en strafbaar, en hij acht de verdachte strafbaar.
uitzonderlijke gevallen reden zijn om van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel af te zien”. [17] Het openbaar ministerie is belast met de executie van de schadevergoedingsmaatregel. [18] Aangezien de schadevergoedingsmaatregel enkel betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer inhoudt (en in die zin dus geen nieuwe vergoedingsplicht creëert) en de rechter naar goeddunken kan afzien van het opleggen ervan, hoeft de oplegging en tenuitvoerlegging in beginsel niet tot de situatie te leiden waarin de maatregel alsnog een punitief karakter krijgt. [19] Indien die situatie zich dreigt voor te doen kan dat voor de rechter juist reden zijn om af te zien van het opleggen van de maatregel.
nietals een wijziging van wetgeving in de strafbedreiging kunnen worden aangemerkt. [22]
naast- en dus niet
onder- de hoofdstraffen en de bijkomende straffen als voorzien in art. 9 Sr Pro. De strafrechtelijke schadevergoedings-maatregel, ofschoon niet strekkend tot vergelding van het delict, maar tot het afdwingen van de nakoming van een verplichting tot schadevergoeding die voortvloeit uit onrechtmatige daad, kan niettemin ingrijpend van karakter zijn. De oplegging ervan autoriseert het openbaar ministerie desnoods tot de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis. Dat pleit voor een ruimhartige aanwending van de bescherming die art. 1, eerste lid, Sr in huis heeft. Dit wordt niet anders indien, zoals hier, de wetswijziging uitsluitend betrekking heeft op de situatie waarin de schuldenaar niet is veroordeeld voor het delict (lees: de onrechtmatige daad), maar hem ter zake wel een (vrijheidsbenemende) maatregel is opgelegd.
in de lijn van de waarborgfunctie van het legaliteitsbeginsel is de nulla poena-regel meer in algemene zin van toepassing te achten op strafrechtelijke maatregelen, los van de vraag of deze zijn aan te merken als penalty in de zin van art. 7 EVRM Pro”. [23] Mevis had al eerder ervan blijk gegeven een dergelijke opvatting te zijn toegedaan. [24]
Beoordeling van de namens verdachte voorgestelde middelen
eerste middelvalt uiteen in twee onderdelen en het klaagt blijkens de toelichting over de door het hof ter terechtzitting van 5 augustus 2014 gegeven beslissingen tot afwijzing van door de verdediging gedane verzoeken. Ten eerste klaagt het middel dat het hof het verzoek tot het horen van psycholoog R. Haveman en psychiater A. E. Grochowska onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen. Voorts klaagt het middel dat het hof het verzoek van de verdediging om psychiater C. van Gestel als deskundige te benoemen ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen.
“De deskundigen Haveman en Grochowska
De deskundige Van Gestel
Het verzoek tot het horen van de opstellers van het PBC rapport.
Het verzoek tot het benoemen van een (tegen)deskundige.
nadere redengeving ontbreekt”.
waartoe slechts geadviseerd kan worden wanneer geen “lichter” alternatief voor handen is”. Welke specifieke omstandigheden in de onderhavige zaak een “lichter” alternatief mogelijk zouden maken of op welke punten het voorliggende rapport in concreto mankementen vertoont, wordt door de raadsman echter op generlei wijze aangevoerd.
genoegzaam kan worden gevonden in de rapportage van het PBC” waardoor het hof zich “
voldoende voorgelicht acht”. Voor zover de verdediging in het kader van een mogelijk “lichter” alternatief een beroep heeft gedaan op een eerder ten aanzien verdachte, in verband met een ander feit, opgemaakte rapportage waarin werd geadviseerd tot opname in een psychiatrische inrichting, heeft het hof overwogen dat Haveman en Grochowska van dat rapport kennis hebben genomen maar desondanks de terbeschikkingstelling hebben geadviseerd.
NJ2011/313 voorbij aan de omstandigheid dat de verdediging in die zaak de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten nu juist wel in twijfel had getrokken. Van schending van verdachtes recht op een eerlijk proces is dan ook geen sprake. In aanmerking genomen voorts dat uit de motivering van de afwijzing blijkt dat het hof zich voldoende voorgelicht achtte, is zijn beslissing ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. [30]
tweede middelklaagt, mede gelet op de toelichting, dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, ontoereikend is gemotiveerd.
Voorbedachte raad
De voorbedachten rade
NJ2014/156 m.nt. Keulen [32] het volgende”
iemand van de politie of de gemeente “wat” aan zou doen” niet kan worden afgeleid dat de verdachte voornemens was het slachtoffer op zijn hoofd te slaan, laat staan hem van het leven te beroven.
voorwaardelijk- opzet gericht op de dood van het slachtoffer. Het hof heeft bovendien vastgesteld dat er geen indicaties waren voor handelen in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, naar ik het hof begrijp: bijvoorbeeld in reactie op een gedraging van het slachtoffer. Kortom, de verdachte heeft volgens ’s hofs vaststellingen simpelweg toegeslagen zodra de gelegenheid zich voordeed.