ECLI:NL:HR:2013:BZ8645
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging tenlastelegging op grond van hetzelfde feit bij oplichting en witwassen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de wijziging van de tenlastelegging van oplichting (art. 326 Sr Pro) naar witwassen (art. 420bis/420quater Sr) betrekking had op hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr Pro. De verdachte werd beschuldigd van oplichting door valse aanbiedingen op Marktplaats en witwassen van de daarmee verkregen gelden.
De Hoge Raad formuleerde relevante vergelijkingsfactoren voor de toetsing, waaronder de juridische aard van de feiten, de beschermde rechtsgoederen en de strafmaxima. Ondanks het verschil in delictsomschrijving oordeelde de Hoge Raad dat de gedragingen voldoende overeenkomen en als één feitencomplex kunnen worden aangemerkt.
Het Hof had daarom terecht op grond van de gewijzigde tenlastelegging beslist. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat leidde tot vermindering van de taakstraf van 100 naar 95 uur, respectievelijk de vervangende hechtenis van 50 naar 47 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 95 uur en vervangende hechtenis tot 47 dagen wegens termijnoverschrijding, beroep voor het overige verworpen.