ECLI:NL:PHR:2026:364
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onjuiste termijntoepassing
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 en stelde hoger beroep in. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, uitgaande van de datum waarop de mededeling van de uitspraak aan de verdachte was aangeboden maar geweigerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de enkele omstandigheid dat de verdachte de mededeling uitspraak heeft geweigerd niet zonder meer betekent dat de inhoud van het vonnis aan hem bekend was. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint pas te lopen wanneer de inhoud van het vonnis daadwerkelijk ter kennis is gebracht.
Omdat het hof ten onrechte aannam dat de termijn op de datum van weigering begon te lopen, vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, maar dit behoeft geen nadere bespreking nu het middel slaagt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onjuiste toepassing van de termijn voor hoger beroep.