Belanghebbende, een in India geboren werknemer met de Indiase nationaliteit, was vanaf 2009 werkzaam bij [A] B.V. en woonde in Nederland. De 30%-regeling werd voor hem goedgekeurd voor de periode van 1 juli 2010 tot 31 mei 2019. Na zijn vertrek bij [A] per 31 december 2012 solliciteerde hij op 26 februari 2013 bij [B] B.V. en sloot op 23 april 2013 een arbeidsovereenkomst, waarna hij op 2 mei 2013 begon met werken.
Belanghebbende en [B] verzochten om voortzetting van de 30%-regeling, maar de Inspecteur wees dit af vanwege overschrijding van de driemaandstermijn tussen de dienstverbanden. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de regeling geen ruimte laat voor voortzetting bij overschrijding van deze termijn, ook niet als er sprake zou zijn van schaarse specifieke deskundigheid.
In cassatie stelde belanghebbende dat de driemaandstermijn slechts een indicatie is en dat voortzetting mogelijk moet zijn als anderszins schaarse deskundigheid blijkt, en dat de termijn pas overschreden is als langer dan drie maanden naar een nieuwe functie is gezocht. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de regeling strikt is en geen voortzetting toestaat bij overschrijding van de termijn.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee is bevestigd dat de 30%-regeling niet kan worden voortgezet als de arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever meer dan drie maanden na het einde van de vorige dienstbetrekking tot stand komt.