Conclusie
eiseres tot cassatie,
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat centraal de vraag of een advocaat als verschoningsgerechtigde via de burgerlijke rechter bescherming kan krijgen tegen de wijze waarop rechters-commissarissen de schifting van inbeslaggenomen stukken en gegevensdragers uitvoeren, waarbij geheimhoudingsofficieren van justitie en politie worden ingezet.
De advocaat werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en schending van haar beroepsgeheim. Tijdens het strafrechtelijk onderzoek werden onder meer stukken in beslag genomen die onder haar verschoningsrecht vielen. De rechters-commissarissen besloten de noodzakelijke schifting te laten verrichten door geheimhouderfunctionarissen, wat de advocaat betwistte en waarop zij een kort geding startte.
Zowel de voorzieningenrechter als het hof wezen de vorderingen af, stellende dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen en de wettelijke bevoegdheidsverdeling tussen straf- en burgerlijke rechter zich tegen de vorderingen verzetten. De advocaat stelde cassatieberoep in.
De Hoge Raad bevestigt dat het verschoningsrecht van fundamenteel belang is en dat de advocaat ter zake schendingen vorderingen kan instellen, maar dat de art. 98 en Pro 552a Sv een met waarborgen omklede rechtsgang bieden die de toegang tot de burgerlijke rechter als restrechter afsluit. De inzet van geheimhoudingsofficieren en politiefunctionarissen is toegestaan mits het verschoningsrecht niet in het gedrang komt. De Hoge Raad wijst erop dat de advocaat tegen concrete schendingen via de strafrechter kan opkomen en dat de burgerlijke rechter niet is aangewezen om op dit strafrechtelijke terrein aanvullende bescherming te bieden.
De klachten van de advocaat worden verworpen en het cassatieberoep afgewezen. De uitspraak bevestigt de scheiding van bevoegdheden en het belang van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, waarbij de strafrechter primair verantwoordelijk is voor de bescherming van het verschoningsrecht bij strafvorderlijke inbeslagneming.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de advocaat wordt verworpen; de burgerlijke rechter biedt geen aanvullende rechtsbescherming tegen beslissingen van de rechters-commissarissen over schifting onder het verschoningsrecht.