Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
18 december 2018.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 18 december 2018 het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 februari 2017 vernietigd en de zaak terugverwezen. Het geschil betrof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene, veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, witwassen en valsheid in geschrift.
Het Hof had het voordeel geschat via een eenvoudige kasopstelling, waarbij het bedrag van € 1.083.691,47 werd vastgesteld, met een vrijspraak voor een bedrag van € 9.874,-. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd: het ontbrak aan een duidelijke onderbouwing of de schatting gerelateerd was aan de bewezenverklaarde feiten of soortgelijke feiten, en of voldaan was aan de voorwaarden van art. 36e Sr.
De Hoge Raad herhaalde relevante jurisprudentie over de toepassing van de kasopstelling en benadrukte dat zonder nadere motivering het oordeel van het Hof niet begrijpelijk is. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.