Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbevat de klacht dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, door zich niet gebonden te achten aan het oordeel van de rechter in de hoofdzaak dat het bij de betrokkene aangetroffen geldbedrag afkomstig is uit eerdere door de betrokkene zelf begane soortgelijke misdrijven. In ieder geval zou 's Hofs oordeel dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat de betrokkene soortgelijke feiten en/of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, niet zonder meer begrijpelijk en/of ontoereikend zijn gemotiveerd.
Beoordeling van de ontnemingsvordering