Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende en de Inspecteur zijn in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) bij de erfbelasting na het overlijden van erflaatster in 2016.
De kern van het geschil betreft de vraag of uitbreidingen in de deelnemingen van Zeelandia Turkije en Zeelandia Rusland binnen één jaar voor het overlijden voldoen aan de bezitseis van de BOR en of de liquide middelen en effecten van de holding kwalificeren als ondernemingsvermogen.
Het Hof oordeelt dat de directe bezitseis is voldaan, maar dat de uitbreidingen in de deelnemingen binnen de bezitstermijn niet voldoen aan de indirecte bezitseis, waardoor de BOR op die uitbreidingen niet van toepassing is. Daarnaast stelt het Hof vast dat de liquide middelen en effecten van de holding niet duurzaam dienstbaar zijn aan de onderneming en derhalve niet als ondernemingsvermogen kwalificeren.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij de aanslag erfbelasting wordt vastgesteld op basis van een belastbare verkrijging van € 9.761.546.