Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
5.Beslissing
14 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een groepsleider die werd veroordeeld voor ontucht met een minderjarige onder zijn zorg. Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde de bewezenverklaring, waarbij getuigenverklaringen werden gebruikt die belastend waren voor verdachte. De verdediging verzocht om het horen van twee getuigen die belastende verklaringen hadden afgelegd, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verzoeken tot het horen van deze getuigen waren afgewezen, terwijl het gebruik van hun verklaringen voor bewijs was toegestaan zonder dat verdachte het ondervragingsrecht kon uitoefenen. Tevens had het hof niet onderzocht of de procedure als geheel voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad herhaalde de criteria uit eerdere jurisprudentie (onder meer HR:2021:576) omtrent het oproepen van getuigen met belastende verklaringen en het belang van het ondervragingsrecht. Gelet hierop vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen wegens schending ondervragingsrecht en onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek.