Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin een klaagschrift over beslag op een auto werd ongegrond verklaard. De rechtbank had het klaagschrift schriftelijk afgedaan zonder een openbare raadkamerzitting te houden, vanwege de COVID-19 maatregelen.
De klager stelde dat het klaagschrift niet op een openbare raadkamerzitting was behandeld, wat volgens hem een schending van art. 23 lid 2 en Pro art. 552a lid 7 Sv opleverde. De rechtbank had echter de schriftelijke afdoening met instemming van de raadsman van de klager uitgevoerd, die akkoord ging met deze procedure vanwege de epidemie.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim van een openbare raadkamerzitting geen grond voor cassatie oplevert, zeker nu de raadsman schriftelijk instemde met de afdoening. Ook bleek uit de stukken niet dat de klager belang had bij cassatie. De overige klachten werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, waarna het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.