Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
zetelende te Waalre,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
4 februari 2022.
Hoge Raad
In deze zaak vordert [eiseres] B.V. schadevergoeding wegens vertraging bij de realisatie van een appartementencomplex, veroorzaakt door het onrechtmatig verlenen van een bouwvergunning en bestemmingsplanvrijstelling door de Gemeente Waalre.
De vergunning werd in 2008 verleend, maar later vernietigd omdat het bouwplan deels binnen de provinciale Groene Hoofdstructuur (GHS) lag, wat strijdig was met het provinciale beleid. Na een wijziging van de provinciale verordening in 2012 lag het bouwplan niet langer binnen de GHS en werd de vergunning opnieuw verleend.
De rechtbank kende een deel van de schade toe, maar het hof wees de vordering af omdat het causaal verband ontbrak; de vergunning zou in 2008 toch geweigerd zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek aan de provincie om de GHS-grens te wijzigen in 2008 niet aannemelijk is, en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad bevestigt dat het primaire besluit onrechtmatig is en aan de Gemeente kan worden toegerekend, ook als sprake is van dwaling over de ligging binnen de GHS. De zaak betreft de toepassing van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW Pro) in bestuursrechtelijke context en de beoordeling van causaal verband bij vertragingsschade.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling over de vertragingsschade.