Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te [vestigingsplaats],
kantoorhoudende te Amsterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
2.Samenvatting van het verzoek
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 mei 2022.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om acht vennootschappen die samen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen en een naheffingsaanslag niet tijdig hebben voldaan. De ontvanger stelde de vennootschappen hoofdelijk aansprakelijk en liet vervolgens acht dwangbevelen betekenen op hetzelfde adres, waarvoor afzonderlijke betekeningskosten werden gerekend.
De vennootschappen verzochten om vermindering van deze kosten, stellende dat de totale kosten van € 91.144,-- buitensporig waren en dat slechts één dwangbevel met kosten in rekening had mogen worden gebracht. De ontvanger wees dit verzoek af, mede omdat het administratief beroep niet tijdig was ingediend.
De rechtbank verklaarde de vordering niet-ontvankelijk, het hof oordeelde ontvankelijkheid maar wees de vordering af. Het hof stelde dat de burgerlijke rechter de ontvanger slechts tot ambtshalve vermindering kan verplichten indien de beslissing onmiskenbaar onjuist is.
De Hoge Raad bevestigt dit toetsingskader en oordeelt dat het hof ten onrechte de beslissing van de ontvanger op het verzoek tot vermindering heeft beoordeeld in plaats van de oorspronkelijke beschikkingen van de deurwaarder. Desalniettemin was er geen sprake van onmiskenbare onjuistheid van die beschikkingen. De Hoge Raad wijst ook het beroep op bijzondere omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel af en bevestigt dat de forfaitaire kosten in rekening mogen worden gebracht per vennootschap binnen een fiscale eenheid.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de afzonderlijke betekeningskosten terecht in rekening zijn gebracht.